Constante zelfreflectie volleyballers Landstede

vrijdag 5 december 2003

Door Eric Mondeel 5 DECEMBER 2003 - ZWOLLE - De positie op de ranglijst is dit seizoen voor de volleyballers van Landstede van ondergeschikt belang. Ze vergelijken zichzelf niet met andere ploegen, maar doen continu aan zelfreflectie. Geheel volgens de maatstaven van de moderne maatschappij heeft trainer Henk Hansma (37) met zijn spelers een prestatiecontract afgesloten.

Hansma en de zijnen hebben aan het begin van dit seizoen gekozen voor een andere benadering. Ze kijken verder dan winst of verlies. Het gaat er bij Landstede om of er goed wordt gespeeld. Maar hoe meet je zoiets? ‘De spelers kunnen scoren op een aantal onderdelen: serveren, passen, blokkeren en het spel in de rally‘s‘, verklaart Hansma. ‘Wij houden daarvan de percentages bij. Aan het einde van het seizoen kijken we waar we met die scores zijn uitgekomen. Hebben we het maximale eruit gehaald of hebben we onvoldoende gepresteerd? Als we onze richtlijnen halen, zijn we ook terecht op een bepaalde plek op de ranglijst beland.‘  
 
In theorie zou het dus kunnen gebeuren dat Landstede de richtlijnen haalt, maar desondanks degradeert. ‘Dat zal zeker niet gebeuren, want we hebben de lat hoog gelegd. De spelers hebben daar zelf voor gekozen.‘  
 
De nieuwe methode van waarderen is voortgesproten uit de aard van het spelletje. Want het volleybal is in de afgelopen jaren behoorlijk geëvolueerd. ‘Tien jaar geleden, toen ik nog spelverdeler was van Kuipers/Zwolle, speelden we een soort catenaccio. We trainden op het terughalen van de service. De tegenstander werd dat op den duur beu en ging dan fouten maken. Sinds de invoering van het rallypointsysteem is dat ondenkbaar. Het spel is sneller geworden, je moet meer trainen om hetzelfde niveau te halen.‘  
 
‘Volleybal is een integraal geheel. Alles heeft met alles te maken. Je bent volledig afhankelijk van je medespelers. Ieder punt is het gevolg van de goede acties van minimaal drie spelers. Soms zijn er wel vier of vijf spelers bij betrokken, van wie enkelen de tegenpartij met schijnaanvallen moeten afleiden.‘  
 
‘Aan de hand van de cijfers kun je alles herleiden. Een aanval mislukt omdat de pass al verkeerd was. Of het blokkeren verloopt slecht omdat we te zwak serveren. Ons uitgangspunt is dus niet het spelen op individuele trucjes. Wij bewaken voortdurend de samenhang tussen de verschillende onderdelen. Bij volleybal kan niemand zich verstoppen. Als één speler het af laat weten, krijgt het team het meteen heel moeilijk.‘  
 
Hansma moet erkennen dat de prestatiecurves van zijn ploeg eerder naar beneden dan naar boven wijzen. De kille cijfers zeggen dat er nog veel te verbeteren valt. ‘Wij waren de kampioen van de voorbereiding, hoewel onze samenstelling behoorlijk was veranderd. De spelers kenden elkaar niet, maar omdat er toen nog geen druk op zat, ging een heleboel vanzelf. We verloren slechts één van de negen oefenduels. Toen de competitie kwam, ontstond er druk. Er kwamen twijfels, het bleek dat automatismen niet zo diep geworteld waren.‘  
 
‘Ik heb nog niet zoveel fases gezien waarin we absoluut top speelden. Er zit nog veel rek in. Ik schat dat we nu op vijftig procent van onze mogelijkheden zitten. We moeten vooral constanter worden. De kunst is nu om die vaste spelpatronen terug te krijgen. Zoiets doe je niet op bestelling, kun je niet forceren. Maar ze zijn natuurlijk niet helemaal verdwenen. Ik heb het idee dat ze dicht aan de oppervlakte liggen. Die automatismen kunnen zo weer terugkeren, misschien zaterdag al in de uitwedstrijd tegen Dynamo.‘
 

Copyright © 2003 De Stentor - alle rechten voorbehouden  

< Terug naar het overzicht